Screeling (ScreeLing) - complete set (Paperback)
E.G. Visch-Brink, M. Sandt-Koenderman, Hanane Hachioui
Doel van de test
Met de ScreeLing is screent men in korte tijd op afatische stoornissen op de linguïstische niveaus semantiek (woordbetekenis), fonologie (klankherkenning) en syntaxis (zinsstructuur). Het unieke van de ScreeLing is dat deze taalverwerkingsniveaus in één test verenigd zijn. Nog belangrijker is dat de ScreeLing al in de eerste week na een beroerte of een hersentrauma kan worden afgenomen. Door in een vroeg stadium de ScreeLing af te nemen, kan snel met gerichte therapie (bijvoorbeeld cognitief-linguïstische therapie) worden gestart. Zo wordt ingespeeld op het natuurlijke herstel van de neurale circuits die verantwoordelijk zijn voor de semantische, fonologische en/of syntactische taalverwerking. Het resultaat van de therapie verbetert daarmee. Daarnaast helpt vroegtijdig inzicht in het linguïstische patroon van de afatische stoornis patiënten en hun familie om beter om te gaan met moeilijke communicatieve situaties. In de eerste drie maanden na het ontstaan van het hersenletsel kan de ScreeLing worden gebruikt om herstelpatronen vast te stellen, al dan niet in samenhang met gegeven therapie. Ook in het chronische stadium van de afasie kan de Screeling worden ingezet om snel een globaal beeld te krijgen van de aangetaste linguïstische niveaus.
Toepassing
• Diagnostiek: geeft een eerste indicatie van de afatische stoornis, waarna de afasie uitgebreider kan worden onderzocht.
• Behandeling: geeft een indicatie voor de te kiezen therapie
• Evaluatie: brengt herstelpatronen in kaart en het effect van therapie.
Wat meet de ScreeLing?
De ScreeLing meet het functioneren van afatici op het gebied van de semantiek, fonologie en syntaxis. Voor een zo specifiek mogelijke diagnostiek zijn deze hoofdschalen steeds onderverdeeld in 4 subschalen (diagnostische taken) die de essentie weergeven van de taalverwerking op de drie gebieden.
• Semantiek:
1. matchen woord/afbeelding
2. beoordeling semantisch goede en foute zinnen
3. woordassociatie
4. categoriseren (‘odd word out’)
• Fonologie:
1. nazeggen
2. hardop lezen
3. foneemgelijkenis
4. foneemanalyse
